Saturday, 30 November 2013

Observaties uit de onderwijspraktijk #3

“They say that for every open audition for a role, there are 500 applicants. But that isn’t too important, so long as you remember 490 of those applicants are idiots.” – Cal Newport

Op de audities van het leven is dat weinig anders. Juni laatstleden werd dat weerom schrijnend duidelijk toen ik enkele jongelingen onderwierp aan een toetsing van hun Engels en geschiedkundig vermogen. Wat volgde waren de meest schaamteloze verzinsels sinds mijn oudste broer mij in Duitsland aanmoedigde om een Luikse wafel of "Luftwaffe" voor hem te bestellen.

Nu, ik wil geen mensen aan het kruis nagelen voor het feit dat  Magna Charta volgens hen het lieflijke vrouwtje van Jan Zonder Land was en ikzelf de naamgenote van de kleindochter van Gwijde van Dampierre. Het is best vernuftig om de grenzen van het educatieve te verkennen door een zin te produceren als "Napoleon assault the Belgians in 1302". Is zoiets grammaticaal aanvaardbaar? Nauwelijks. Is de betekenis van "to assault" afdoende duidelijk? Dat dan weer wel. Laten we onszelf respecteren en het geschiedkundig aspect zelfs niet verwaardigen met een antwoord.

Gelukkig geef ik nu les aan een gerespecteerd college waar leerlingen vol afgrijzen vaststellen dat ze zelfs niet "een klein beetje" mogen plagiëren. Nu mag je mij harteloos vinden, maar de achtergrond van wikipedia laten staan, is waar ik de grens trek. 

Andere leerlingen trachtten mij tijdens een presentatie te overhalen om in Londen zeker naar Pocahontas te gaan kijken, een aangrijpend verhaal over een meisje uit India. 

Twee dagen na Thanksgiving wil ik nog eens uitdrukkelijk mijn dankbaarheid uitdrukken voor het feit dat ik geen geschiedenis meer geef.

Saturday, 22 June 2013

Observaties uit de onderwijspraktijk #2

"It's all fun and games until someone loses an eye." Deze oude Romeinse zinsnede stamt uit het antiek worstelen. Bijten, schoppen en krabben werden tot de fair play gerekend, maar op het beschadigen van andermans oog volgde de diskwalificatie.

Je zou denken dat lesgeven met zo'n geinige weetjes over Engelse spreekwoorden en Romeinse cultuur een eitje is, maar je zou verkeerd zijn. Bovenstaand adagium is echter bijzonder illustratief voor de volgende twee anekdotes.

Ik schetste in een vorig bericht hoe ik met enige moeite mijn eerste lessen gaf. Tegen de tweede week waren alle klassen ongeveer gestabiliseerd. Groot was dan ook mijn verbazing toen leerling A, lid van de modelklas aller modelklassen Industriële Wetenschappen ("Kan u daar meer uitleg over geven? Wilt u ons extra oefeningen geven? Mogen we dat thuis verder afwerken?") zijn medeleerling zonder duidelijke provocatie (geen gele auto te bekennen) hard tegen de schouder mepte.

Het leek mij aangewezen in te grijpen. Toen ik aanstalten maakte hem vermanend toe te spreken, legden de medeleerlingen uit dat het een eenvoudig spelletje betrof waar het toegestaan was iemand die ja of neen zei, tenzij die razendsnel een codewoord zei, een agressief schouderklopje te geven.

Mogelijk zou ik onder andere omstandigheden enthousiast zijn over dergelijke speelse vormen van zinloos geweld, maar nu gaf ik aan dat ik zulks in mijn les wenste te vermijden. Waarop de leerling in kwestie zijn agressie op mij richtte, daar ik de verboden woorden (ja, dan wel neen) uitgesproken had.

Nu ben ik didactisch niet volleerd, maar het leek mij dat ik hier moest ingrijpen. Ik vraag bijgevolg op volstrekt ongeloofwaardig intimiderende wijze om zijn agenda (een leerling die vast medelijden met mij had, had mij daags tevoren op de bus uitgelegd hoe nota's en strafstudie net gegeven werden op die school). Mijn bedoeling was daar een halfslachtige nota in te schrijven: Beste ouders van A, A dacht ten onrechte dat het aanvaardbaar was zijn leerkracht te slaan in het kader van een spel. Dergelijk gedrag wordt niet getolereerd. Bla bla bla, vriendelijke groeten.

Of zoiets. Ik had de precieze verwoording nog niet uitgewerkt in mijn hoofd, want leerling A liep boos weg naar de volgende les. 


Bon, toen moest er natuurlijk ingegrepen worden. Er ontstond een welles-nietesspelletje over het afgeven van de agenda tot de leerkracht Aardrijkskunde, van wiens dictatoriale gezag ik enkel kan dromen, tussenbeide kwam. Zijn grote breekpunt bleek het niet vrijwillig afgeven van de agenda eerder dan A's fysieke acties. Toen A het even later bij de directeur mocht komen uitleggen, jammerde hij dat hij mijn uitleg misbegrepen had. Enkele weken later faalt leerling A op magistrale wijze op de luistertest voor het examen, dus misschien moet ik hem in deze toch het voordeel van de twijfel gunnen.

Moraal van het verhaal: Don't mess with the Elsmeister, want mogelijk ziet een andere leerkracht het en dan zijn de rapen gaar. (laat overigens duidelijk zijn dat ik de tussenkomst van de collega erg waardeerde)

De tweede anekdote betreft eerder een gedachte-experiment. Gesteld, hypothetisch, dat er onder je supervisie een leerling een steen zou gooien naar een andere leerling. Stel dat die leerling bloedend op je toe kwam lopen en genaaid moest worden. Ben je dan noodzakelijk een slechte leerkracht?

Misschien heb ik toch nog wat meer didactisch onderricht nodig.

Friday, 21 June 2013

Observaties uit de onderwijspraktijk #1

"Onderwijs: weinigen kennen er iets van, iedereen heeft er een mening over." - Kurt Cobain

Ikzelf ook natuurlijk. Maar dat hoeft niet te verbazen, gezien het onderwijs mij toelaat twee mijner favoriete bezigheden te beoefenen: klagen over de schade die het VSO indertijd heeft aangericht en het ondoordacht cumuleren van engagementen.

Vrienden, kennissen en hobby's allerlei hebben echter te lijden gehad onder mijn nieuwworven interesse in de onderwijspraktijk. Nee sorry, ik zal vanavond echt niets kunnen gaan drinken... Kunnen we dat eventueel twee weken opschuiven? Ik zou wel willen, maar ik moet morgen om half zeven de bus nemen... Was dat etentje gisteren? Vanaf volgende maand wordt het iets rustiger, misschien kan ik dan terug bij het koor komen?

Gelukkig moet ik niet alles zelf doen, want als het op onderwijs aankomt, is iedereen een stagementor. Tijdens de pauze van de les Zweeds neemt een klasgenoot en voormalige, thans gepensioneerde, leerkracht geschiedenis me bij de arm: dus jij begint morgen met lesgeven? Een tip: richt je blik op één persoon en blijf naar hem staren. BLIJF - NAAR - HEM - STAREN! Alles staat of valt met het viseren van één persoon. (Hij zet zijn statement doeltreffend kracht bij door mij diep in de ogen te kijken en mijn arm net iets harder vast te pakken. Het moet gezegd dat hij mijn aandacht had.)

De ochtend erop neem ik vol goede moed schoolbus 513. Goedgemutst begeef ik mij tussen de burgers van morgen die nu nog een akelige periode doormaken waarin ze te snel groeien, te lang naar school moeten en geruite klakskes trendy vinden. Bij het betreden van de leraarskamer geven alle leerkrachten elkaar een hand. Na tien minuten heb ik al meer handen geschud dan ooit tevoren en het is nog niet eens half negen. Wat willen die mensen van mij?

Enigszins gedesoriënteerd begeef ik mij naar een klaslokaal. De les in kwestie heb ik minutieus voorbereid, dus dat moet nog net lukken. Ik begroet de leerlingen in joviaal Engels, vertel wat over mezelf en moedig hen aan zelf enige woorden te spreken. Mijn bedoeling dat ze dat in het Engels zouden doen blijkt snel een illusie: 

"Waarom is mevrouw J afwezig? Wanneer komt ze terug? Heeft ze een burnout? Ze heeft een burnout hé? Komt die burnout door ons? Ja, dat kan eigenlijk niet anders, wij zullen haar wel ziek gemaakt hebben. Wij zijn heel irritant, dat zal je nog wel merken." 

Veelbelovend.

Tuesday, 5 February 2013

Kleine tantaliserende wafeltjes

Ik hou van kleine dingen. Mini-oreo's, bonsai boompjes, mijn zus Anneke en ook kleine wafeltjes.

Maar ik loop vooruit op de zaken. Waar ik het eigenlijk over ging hebben, is hoe ik recentelijk besliste om voor onbepaalde duur en in onbepaalde mate van extremisme veganist te worden. Voorlopig heeft zich dat vooral geuit in 90% van mijn naaste omgeving die zich heeft aangesloten bij de veganpolitie en op bemoedigende wijze wijsheden spuit als "ga je niet flauwvallen van ijzertekort?", "zitten er geen toegevoegde visderivaten in bier?" (nota: ja, dat is het geval en heet isinglass) of mijn persoonlijke favoriet "waarom eet je nog broccoli, hebben die dan geen gevoelens?"

Ik heb de indruk dat elke omnivoor met milieubewuste schuldgevoelens heden ten dage de nood voelt die op mij te projecteren. Ja, ik eet nog steeds honing en uitzonderlijk zelfs een ei. Ja, ik lees al eens graag een boek dat gelijmd is met lijm van dierlijke oorsprong. Ja, ik typ dit bericht op een computer die stearinezuur (nota: op basis van dierlijk vet) bevat. En dan? Laat mij nu eens allemaal gewoon doen, of maak lekkere speltrisotto voor mij, zoals mijn mama.

Bon, deze rant indachtig hoopte ik zeldzame gelijkgestemden te vinden op de "Vraag het een Vegan"-avond van EVA. Aangekomen te Bar del Sol zie ik direct waar het groepje alternatievelingen samenhokt. Wat volgde was helaas ten dele meer opsommingen van dierlijke producten in ogenschijnlijk onschuldige waren ("gelatine in Martino Fiero? Maar dat wou ik helemaal niet weten", jammerde een meisje ongelukkig).   

Gelukkig waren er ook veganisten met een eerder laissez-faire houding ("Soms was ik me gewoon met douchegel waarvan ik niet weet of er dierenproeven op gedaan zijn, weet je"). Een vriendelijk meisje met dreadlocks verzekerde de groep dat als je was uitgekeken op de maaltijden van de Greenway en de Loving Hut, er binnen afzienbare tijd voor een zacht prijsje weer heerlijke veganistische maaltijden werden voorzien in het krakerspand van Leuven.

In het gesprek dat daarop volgde, werden ongetwijfeld nog velerlei wijsheden geuit, maar mijn aandacht had zich verlegd naar andere oorden. Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat het meest bestelde drankje die avond biologische jasmijnthee was. Hoewel de serveerster ervan op de hoogte was dat het een vegan avond was, wenste zij de etiquette niet te verloochenen en kreeg elk kopje thee een bijbehorend klein wafeltje. En niet zo'n Destroopere-onding, maar een met liefde bereid boterwafeltje. 
(Hap)
Nu is boter slecht voor mij en was ik niet van plan die wafeltjes op te eten, maar het leek zo'n onzinnige verspilling die zeven  (!)identieke schotels met kleine wafeltjes daar gewoon te laten liggen. Zo'n verspilling dat ik begon te dagdromen over de blikken van afkeur en afgrijzen die alle aanwezige veganisten mij zouden toewerpen moest ik een (of meerdere) van die wafeltjes opeten. Maar dat deed ik natuurlijk niet.

Er rest mij enkel de ijdele hoop dat de vriendelijke jongens van de tafel naast ons die hartstochtelijk opgingen in hun partijtje Magic the Gathering de wafeltjes hebben gejat toen ik even niet keek.

Sunday, 18 March 2012

Journalist: wat ik later niet (meer) worden wil

Ook te lezen bij Veto.

Als aspirant-journalist schrijf ik al vier jaar op regelmatige basis een artikel voor deze studentenkrant. Sommige artikels waren beter dan andere, een zeldzame keer maakte ik een deontologische fout. Die leerden mij wat voor verregaande impact verslaggeving kan hebben op de betrokkenen. Kennis die ik dacht mee te nemen om de echte journalistieke wereld in te stappen. Nergens voor nodig, zo bewijst het recente busongeluk in Zwitserland en vooral de manier waarop die in de media aan bod is gekomen.

Laat mij eerst verduidelijken wat dit opiniestuk niet is. Dit is geen klaagzang op hoe er elk weekend dodelijke slachtoffers vallen in het verkeer waaraan de media geen aandacht besteden. Ik woon zelf op een steenworp van de Sint-Lambertusschool in Heverlee en ben onder de indruk van de droeve gebeurtenissen. Dat er aandacht wordt besteed aan iets wat mensen raakt, is vanzelfsprekend. Waar dit opiniestuk wél over zal gaan, is de misselijkmakende sensatiezucht waarmee bepaalde media – noteer dat ik het niet nodig vind namen te noemen – met het drama omgaan.

Sta ik alleen, wanneer ik meen dat de foto’s die net voor het ongeluk getrokken werden, geen plaats hebben op de voorpagina van een krant, net zomin als pasfoto’s van de betrokken kinderen? Overdrijf ik, als ik razernij voel opwellen wanneer journalisten onder valse voorwendselen getuigenissen en bijkomende informatie proberen te ontlokken aan dorpsgenoten en medeleerlingen?

Zijn journalisten per definitie van dubieuze moraal? Ik zou aannemen van niet. Anderzijds stel ik mij serieuze vragen bij de ethiek van journalisten die bovengenoemde nieuwsgaringstechnieken aan zichzelf kunnen verantwoorden. Ik wil gerust erkennen dat er een markt is voor dergelijk nieuws. Allicht zal het de verkoopcijfers ten goede komen. Misschien komt de job van de desbetreffende journalist wel in het gedrang als die zich niet wenst te conformeren aan dergelijke praktijken?

Maar om het met de woorden van Cicero te zeggen: cui bono? Wie heeft er in hemelsnaam baat bij emotionele details als foto's en namen? Dichte familie en vrienden? Die schreeuwen vaak net om wat afzondering en sereniteit. De directe regio dan? Werd er daarom verleden woensdag een extra editie van een welbepaalde krant uitgedeeld in heel België? Nee, dit soort nieuws catert voor een - weliswaar aanzienlijke - groep buitenstaanders, ten koste van zij die echt lijden onder de gebeurtenissen. En misschien wordt het wel eens tijd daar vraagtekens bij te plaatsen.

Ik zou later graag in de media werken. Ik zoek graag naar nieuws. Verslaggeving fascineert mij. De kans dat ik alsnog in de media terechtkom, is bestaande. Maar dan wel op een manier waarbij ik recht in mijn schoenen kan staan en trots kan en mag zijn op wat ik doe.

Thursday, 23 February 2012

Intimiteit intimidatie

Beste,

De ervaring heeft mij geleerd dat praten niet aan ons besteed is. Gesteld dat je een revolver tegen mijn slaap plaatst, zal ik ietwat zenuwachtig tot smalltalk overgaan. Mijn smalltalk is terecht vermaard over de zes continenten, maar als je bereid bent je te verdiepen in wetenswaardigheden over Starcraft, koormuziek en Hongarije, zie ik een veelbelovende toekomst voor ons.

Die zenuwachtigheid zal zich echter enkel bij een wapen manifesteren. Gebruik je bruut geweld, dan zal het enkel in jouw traantjes eindigen.

Als je betwijfelt dat ik fysiek je meerdere ben, kan ik dat altijd staven met een partijtje armworstelen. Ik heb in mijn jeugd nog competitief aan kogelstoten gedaan en mijn oom brak het Brabants record speerwerpen op zijn eerste training aan het sportkot. Mijn dreigement is reëel. Het vuur van de gerechtigheid staat aan mijn kant.

Ik beken, mijn fysieke conditie kan beter. Momenteel is mijn aantal joggingsessies omgekeerd evenredig met de ochtenden waarop ik bij het ontwaken vaag de geur van verschraald bier waarneem. Maar techniek verleer je zo snel niet.

Wat er nu tussen ons bestaat zou ik als pathologisch omschrijven. Indien jij openstaat voor alternatieve geneeswijzes, wil ik een poging wagen mijn agressie passioneel te kanaliseren. Ik zal, minstens een avond, je hartelapje zijn en jij het mijne. Het zal pijn doen, maar tevens louteren. Eventuele tranen duiden op een doorbraak, littekens zijn de sieraden van de krijger.

Grazie, e tanti saluti,

Els

Wednesday, 18 January 2012

Vriendin

"Ik heb een vriendin" zeg je. Daarna omhels je mij. Ik ondervind een lichamelijke vorm van begrip. Alsof je me nog een weg terug geeft, een mogelijkheid je armen weg te duwen en gekwetst weg te lopen.

Je kijkt ietwat verdwaasd wanneer ik je verheugd gelukwens.
Viel het wat tegen dat ik je niet huilend toeriep dat ik je nooit meer wilde zien? Had je geanticipeerd kalm doch gedecideerd te zeggen dat we goede vrienden konden blijven, maar dat ik me dan wel moest neerleggen bij het feit dat je nu een ander meisje onzedig ging betasten?

In bovenstaand geval kan ik me je beduusdheid inbeelden.
Een randbemerking: hadden wij ooit iets? Want ik wil niet gemeen of ongevoelig zijn, maar bij mijn weten niet. Voor zover ik weet, gingen wij ooit eens samen naar een soort bal. Niet uit romantische overwegingen, maar onder sociale druk.

Toen je me kwam ophalen, heb je me galant een roos opgespeld. Sociale conventie, net zoals de lieve woorden die je zei. Ik voelde mij ongemakkelijk - toegegeven, daar is niet veel voor nodig - en er vielen talrijke ongemakkelijke stiltes. Later die avond ging ieder zijn eigen weg en kabbelden we beiden rustig verder op de kalme stroom des levens.

Waarom die status quo nu doorbreken?

Zoals we van Bismarck leerden, heeft zoiets een tijd en een plaats. Wou jij aan gebiedsuitbreiding doen? Wou jij Duitsland verenigen? Nee? Dan snap ik niet goed wat je nu net helemaal poogde te doen.

We hebben
elkaar al enkele maanden niets meer gezegd. Ik stuurde onlangs een berichtje, waaruit je kon opmaken dat ik even nood had aan een praatje. Je reageerde niet. Teleurstellend. De ene ontgoocheling is de andere waard, vermoed ik?

Als ik zeg dat ik je mis, ga je dan weer op mijn berichten antwoorden?
Als ik een traantje laat, gaan het dan lieve antwoorden zijn?