Tuesday, 5 February 2013

Kleine tantaliserende wafeltjes

Ik hou van kleine dingen. Mini-oreo's, bonsai boompjes, mijn zus Anneke en ook kleine wafeltjes.

Maar ik loop vooruit op de zaken. Waar ik het eigenlijk over ging hebben, is hoe ik recentelijk besliste om voor onbepaalde duur en in onbepaalde mate van extremisme veganist te worden. Voorlopig heeft zich dat vooral geuit in 90% van mijn naaste omgeving die zich heeft aangesloten bij de veganpolitie en op bemoedigende wijze wijsheden spuit als "ga je niet flauwvallen van ijzertekort?", "zitten er geen toegevoegde visderivaten in bier?" (nota: ja, dat is het geval en heet isinglass) of mijn persoonlijke favoriet "waarom eet je nog broccoli, hebben die dan geen gevoelens?"

Ik heb de indruk dat elke omnivoor met milieubewuste schuldgevoelens heden ten dage de nood voelt die op mij te projecteren. Ja, ik eet nog steeds honing en uitzonderlijk zelfs een ei. Ja, ik lees al eens graag een boek dat gelijmd is met lijm van dierlijke oorsprong. Ja, ik typ dit bericht op een computer die stearinezuur (nota: op basis van dierlijk vet) bevat. En dan? Laat mij nu eens allemaal gewoon doen, of maak lekkere speltrisotto voor mij, zoals mijn mama.

Bon, deze rant indachtig hoopte ik zeldzame gelijkgestemden te vinden op de "Vraag het een Vegan"-avond van EVA. Aangekomen te Bar del Sol zie ik direct waar het groepje alternatievelingen samenhokt. Wat volgde was helaas ten dele meer opsommingen van dierlijke producten in ogenschijnlijk onschuldige waren ("gelatine in Martino Fiero? Maar dat wou ik helemaal niet weten", jammerde een meisje ongelukkig).   

Gelukkig waren er ook veganisten met een eerder laissez-faire houding ("Soms was ik me gewoon met douchegel waarvan ik niet weet of er dierenproeven op gedaan zijn, weet je"). Een vriendelijk meisje met dreadlocks verzekerde de groep dat als je was uitgekeken op de maaltijden van de Greenway en de Loving Hut, er binnen afzienbare tijd voor een zacht prijsje weer heerlijke veganistische maaltijden werden voorzien in het krakerspand van Leuven.

In het gesprek dat daarop volgde, werden ongetwijfeld nog velerlei wijsheden geuit, maar mijn aandacht had zich verlegd naar andere oorden. Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat het meest bestelde drankje die avond biologische jasmijnthee was. Hoewel de serveerster ervan op de hoogte was dat het een vegan avond was, wenste zij de etiquette niet te verloochenen en kreeg elk kopje thee een bijbehorend klein wafeltje. En niet zo'n Destroopere-onding, maar een met liefde bereid boterwafeltje. 
(Hap)
Nu is boter slecht voor mij en was ik niet van plan die wafeltjes op te eten, maar het leek zo'n onzinnige verspilling die zeven  (!)identieke schotels met kleine wafeltjes daar gewoon te laten liggen. Zo'n verspilling dat ik begon te dagdromen over de blikken van afkeur en afgrijzen die alle aanwezige veganisten mij zouden toewerpen moest ik een (of meerdere) van die wafeltjes opeten. Maar dat deed ik natuurlijk niet.

Er rest mij enkel de ijdele hoop dat de vriendelijke jongens van de tafel naast ons die hartstochtelijk opgingen in hun partijtje Magic the Gathering de wafeltjes hebben gejat toen ik even niet keek.

Sunday, 18 March 2012

Journalist: wat ik later niet (meer) worden wil

Ook te lezen bij Veto.

Als aspirant-journalist schrijf ik al vier jaar op regelmatige basis een artikel voor deze studentenkrant. Sommige artikels waren beter dan andere, een zeldzame keer maakte ik een deontologische fout. Die leerden mij wat voor verregaande impact verslaggeving kan hebben op de betrokkenen. Kennis die ik dacht mee te nemen om de echte journalistieke wereld in te stappen. Nergens voor nodig, zo bewijst het recente busongeluk in Zwitserland en vooral de manier waarop die in de media aan bod is gekomen.

Laat mij eerst verduidelijken wat dit opiniestuk niet is. Dit is geen klaagzang op hoe er elk weekend dodelijke slachtoffers vallen in het verkeer waaraan de media geen aandacht besteden. Ik woon zelf op een steenworp van de Sint-Lambertusschool in Heverlee en ben onder de indruk van de droeve gebeurtenissen. Dat er aandacht wordt besteed aan iets wat mensen raakt, is vanzelfsprekend. Waar dit opiniestuk wél over zal gaan, is de misselijkmakende sensatiezucht waarmee bepaalde media – noteer dat ik het niet nodig vind namen te noemen – met het drama omgaan.

Sta ik alleen, wanneer ik meen dat de foto’s die net voor het ongeluk getrokken werden, geen plaats hebben op de voorpagina van een krant, net zomin als pasfoto’s van de betrokken kinderen? Overdrijf ik, als ik razernij voel opwellen wanneer journalisten onder valse voorwendselen getuigenissen en bijkomende informatie proberen te ontlokken aan dorpsgenoten en medeleerlingen?

Zijn journalisten per definitie van dubieuze moraal? Ik zou aannemen van niet. Anderzijds stel ik mij serieuze vragen bij de ethiek van journalisten die bovengenoemde nieuwsgaringstechnieken aan zichzelf kunnen verantwoorden. Ik wil gerust erkennen dat er een markt is voor dergelijk nieuws. Allicht zal het de verkoopcijfers ten goede komen. Misschien komt de job van de desbetreffende journalist wel in het gedrang als die zich niet wenst te conformeren aan dergelijke praktijken?

Maar om het met de woorden van Cicero te zeggen: cui bono? Wie heeft er in hemelsnaam baat bij emotionele details als foto's en namen? Dichte familie en vrienden? Die schreeuwen vaak net om wat afzondering en sereniteit. De directe regio dan? Werd er daarom verleden woensdag een extra editie van een welbepaalde krant uitgedeeld in heel België? Nee, dit soort nieuws catert voor een - weliswaar aanzienlijke - groep buitenstaanders, ten koste van zij die echt lijden onder de gebeurtenissen. En misschien wordt het wel eens tijd daar vraagtekens bij te plaatsen.

Ik zou later graag in de media werken. Ik zoek graag naar nieuws. Verslaggeving fascineert mij. De kans dat ik alsnog in de media terechtkom, is bestaande. Maar dan wel op een manier waarbij ik recht in mijn schoenen kan staan en trots kan en mag zijn op wat ik doe.

Thursday, 23 February 2012

Intimiteit intimidatie

Beste,

De ervaring heeft mij geleerd dat praten niet aan ons besteed is. Gesteld dat je een revolver tegen mijn slaap plaatst, zal ik ietwat zenuwachtig tot smalltalk overgaan. Mijn smalltalk is terecht vermaard over de zes continenten, maar als je bereid bent je te verdiepen in wetenswaardigheden over Starcraft, koormuziek en Hongarije, zie ik een veelbelovende toekomst voor ons.

Die zenuwachtigheid zal zich echter enkel bij een wapen manifesteren. Gebruik je bruut geweld, dan zal het enkel in jouw traantjes eindigen.

Als je betwijfelt dat ik fysiek je meerdere ben, kan ik dat altijd staven met een partijtje armworstelen. Ik heb in mijn jeugd nog competitief aan kogelstoten gedaan en mijn oom brak het Brabants record speerwerpen op zijn eerste training aan het sportkot. Mijn dreigement is reëel. Het vuur van de gerechtigheid staat aan mijn kant.

Ik beken, mijn fysieke conditie kan beter. Momenteel is mijn aantal joggingsessies omgekeerd evenredig met de ochtenden waarop ik bij het ontwaken vaag de geur van verschraald bier waarneem. Maar techniek verleer je zo snel niet.

Wat er nu tussen ons bestaat zou ik als pathologisch omschrijven. Indien jij openstaat voor alternatieve geneeswijzes, wil ik een poging wagen mijn agressie passioneel te kanaliseren. Ik zal, minstens een avond, je hartelapje zijn en jij het mijne. Het zal pijn doen, maar tevens louteren. Eventuele tranen duiden op een doorbraak, littekens zijn de sieraden van de krijger.

Grazie, e tanti saluti,

Els

Wednesday, 18 January 2012

Vriendin

"Ik heb een vriendin" zeg je. Daarna omhels je mij. Ik ondervind een lichamelijke vorm van begrip. Alsof je me nog een weg terug geeft, een mogelijkheid je armen weg te duwen en gekwetst weg te lopen.

Je kijkt ietwat verdwaasd wanneer ik je verheugd gelukwens.
Viel het wat tegen dat ik je niet huilend toeriep dat ik je nooit meer wilde zien? Had je geanticipeerd kalm doch gedecideerd te zeggen dat we goede vrienden konden blijven, maar dat ik me dan wel moest neerleggen bij het feit dat je nu een ander meisje onzedig ging betasten?

In bovenstaand geval kan ik me je beduusdheid inbeelden.
Een randbemerking: hadden wij ooit iets? Want ik wil niet gemeen of ongevoelig zijn, maar bij mijn weten niet. Voor zover ik weet, gingen wij ooit eens samen naar een soort bal. Niet uit romantische overwegingen, maar onder sociale druk.

Toen je me kwam ophalen, heb je me galant een roos opgespeld. Sociale conventie, net zoals de lieve woorden die je zei. Ik voelde mij ongemakkelijk - toegegeven, daar is niet veel voor nodig - en er vielen talrijke ongemakkelijke stiltes. Later die avond ging ieder zijn eigen weg en kabbelden we beiden rustig verder op de kalme stroom des levens.

Waarom die status quo nu doorbreken?

Zoals we van Bismarck leerden, heeft zoiets een tijd en een plaats. Wou jij aan gebiedsuitbreiding doen? Wou jij Duitsland verenigen? Nee? Dan snap ik niet goed wat je nu net helemaal poogde te doen.

We hebben
elkaar al enkele maanden niets meer gezegd. Ik stuurde onlangs een berichtje, waaruit je kon opmaken dat ik even nood had aan een praatje. Je reageerde niet. Teleurstellend. De ene ontgoocheling is de andere waard, vermoed ik?

Als ik zeg dat ik je mis, ga je dan weer op mijn berichten antwoorden?
Als ik een traantje laat, gaan het dan lieve antwoorden zijn?

Monday, 2 January 2012

Weg

Vandaag wiste ik je uit mijn leven.

Dat was niet meteen mijn opzet, ik was louter facebookberichten van weleer aan het herlezen. Ik wilde er eentje verwijderen en wiste per ongeluk de volledige conversatie. De berichten waren van juni, juli en augustus 2008. Begin 2009 verloor ik al je sms'en toen ik van gsm veranderde en de man in de winkel niet wist hoe hij ze moest overzetten. Ik zei hem dat het ook weer niet zo belangrijk was. Maar ik had tot voor kort al je facebookberichten nog.

Buiten die facebookberichten heb ik weinig goede herinneringen aan je. Behalve deze. Ik herinner me hoe ik in mijn kamer op mijn bed lag nadat we de eerste keer gekust hadden. Ik luisterde naar een liedje van Eva De Roovere en voelde me volmaakt gelukkig. De gevoelens had ik mezelf hoogstwaarschijnlijk aangepraat, maar wel op hoogst overtuigende wijze. Tot op vandaag voel ik het nog een beetje, als ik het liedje luid genoeg zet.

Een maand later voelde ik mij volstrekt afgrijselijk. Dat mijn meest positieve én mijn meest negatieve herinnering aan één en dezelfde persoon verbonden zijn, is mooi. Dat jij die persoon bent, is een beetje sneu.

Wat mij betreft hadden we drie maanden op de vlakte kunnen blijven. Een weinig betekenende aanraking hier, een degelijk gesprek daar. We zouden het ok hebben samen, maar niets meer dan dat. Daarna zouden we elk onze eigen weg zijn gegaan. Af en toe zou ik nog eens terugdenken aan toen en me afvragen hoe het met je zou gaan. Misschien zou ik zelfs spijt hebben. Spijt dat het nooit wat was geworden.

De laatste keer dat ik je zag, zei je dat je van me hield.
Ik antwoordde dat ik de politie zou bellen.


Tot ziens, Philip.

Wednesday, 21 December 2011

Willekeurige observatie #1

Haar ogen stonden altijd een beetje lankmoedig. Een fijn lijntje tristesse, net onder haar wimpers. Alsof er iets scheelde, maar je wist niet wat, al kon je je niet van de indruk ontdoen dat dat wel zou moeten. Wanneer je er naar vroeg, kreeg je enkel "nee, niets hoor" te horen. Dat was onoprecht, een eerste schiftingsronde in de onmogelijke zoektocht naar een waarlijk gevoelige ziel, een ziel die door zou vragen. Zo waren er niet veel en als ze zo iemand vond, was die vaak getroubleerder dan zijzelf.

Vastbesloten alvast die valkuil te ontlopen, deed ik net alsof ik het niet zag. We waren beiden empathisch voldoende ontwikkeld om door die leugen heen te kijken, maar ik wist dat ze te beleefd (of timide) zou zijn om de aandacht schaamteloos op zichzelf te vestigen. In het geval ze toch boos voor zich uit zou blijven staren, zou ik het een poosje negeren, tot het weer beter ging.

Er zou intussen vanalles door haar hoofd malen. Ze zou niet kunnen slapen, zou misschien zelfs huilen. Wanneer ik de confrontatie niet langer zou kunnen ontwijken, zou ik enkele algemeenheden stamelen, die hopelijk afdoende weergaven hoe ongemakkelijk ik me voelde. Maar wat ik vooral niet zou doen, is een troostende schouder bieden. Dat in geen geval.

Tuesday, 11 October 2011

Dice Woman

Ook te lezen op ieders favoriete weekblad Veto!

Alweer een dag voorbij, een maand, een jaar. Dezelfde wegen, dezelfde mensen, dezelfde gesprekken, hetzelfde eten. Herhaling en voorspelbare patronen, ik steun ze. Ik dobber tevreden op de stroom van het leven. Plotse gebeurtenissen brengen mij van mijn stuk. Improvisatie heeft naar mijn mening geen waarde, tenzij illustreren hoe belangrijk repetitie is. Ja, Preparee, ik heb het tegen jullie.

In Dice Man, de cultroman van Luke Rhinehart, tracht de protagonist de sleur van alledag te doorbreken door zijn levenslot te verbinden met een dobbelsteen. Er is slechts één regel: gehoorzaam altijd aan de dobbelsteen. De willekeurigheid die zulke beslissingen onvermijdelijk tot gevolg hebben, doen mij inwendig huiveren. Maar tegelijk ben ik geïntrigeerd. Ik pak een dobbelsteen. Gooi ik een even aantal ogen, dan ga ik verder met mijn leven en schrijf ik deze Carte Blanche over iets totaal anders. Is het getal oneven, dan laat ook ik mijn leven een week bepalen door de grillen van de dobbelsteen. Ik gooi een 3.

Ik begin mijn dobbelweek aarzelend. Stoppen we langs de weg om aardbeien te halen? Ja, maar echt spectaculair is dat niet. Mijn compagnon stelt voor enkel bij 1 tot 5 de aardbeien op te eten, en ze bij 6 uit het raam te gooien. De gedachte alleen al gaat in tegen alles waar ik in geloof. Ik gooi een 5, maar de mogelijkheid was er. Bevreemdend.

Boswandeling

Druk, druk, druk. Al die telefoontjes en mails die binnenlopen terwijl de dobbelsteen mij gebiedt het redactielokaal enkel buiten de werkuren te betreden. Een nachtelijke boswandeling verstoort mijn bioritme. Ik beken: het leven met de dobbelsteen, bijwijlen een wispelturig trutje, valt me soms zwaar. Vind ik het leuk om 24 uur te vasten? Neen. Schep ik er plezier in een volledige dag mails in rijm te beantwoorden? Niet heus, maar ik heb geen keus.

20 euro

Het wordt stilaan tijd mij enigszins buiten mijn comfort zone te begeven. Ik zie mijzelf als het spaarzame type. Bijgevolg kan ik niet anders dan mezelf dwingen een spilzuchtige beslissing te nemen. Ik neem twintig euro uit mijn portefeuille en geef mijzelf volgende opties: ik besteed alles aan Win For Life-biljetten (1 tot 3), ik rijd naar het casino en zet alles op rood (4 tot 5) of - de gedachte doet mij fysiek pijn - ik verbrand het biljet (6). Ik gooi een 1. Ik win de helft van mijn inzet terug. Een winst die ik in mijn memoires stevig zal overdrijven, want tien euro is bezwaarlijk sensationeel te noemen.

Conclusie: het boek was beter dan de re-enactment. Ik heb deze week geen onnoemelijke schanddaden begaan en ik ben niet opgenomen in een psychiatrische instelling. Ik bevind mij nog steeds in de warme behaaglijke cocon die mijn comfort zone is.