Saturday, 12 April 2014
En de dieven zijn berucht, in Charleroi. (2)
Ik haast mij om negen uur naar het station van Leuven om pasfoto's te laten trekken voor mijn nieuwe identiteitskaart. Ik kan hierbij bevestigen dat ik ook op deze identiteitskaart geen vrolijk gezicht heb. Er wordt mij op het stadskantoor van Leuven gevraagd of ik niet even wil wachten of ze mijn identiteitskaart terugvinden. Ik zeg hen dat ik de bedoeling heb diezelfde dag nog naar Praag af te reizen. De mevrouw kijkt mij aan alsof ik de eerste inwoner van de provincie Vlaams-Brabant ben die zich ooit aan een dergelijke vermetele daad heeft gewaagd. Desalniettemin geeft ze mij de benodigde papieren om op de dienst Binnenlandse Zaken in Kessel-Lo een vervangkaart aan te vragen. Ik ben het ermee eens dat je identiteitskaartsdiensten centraliseren in één gebouw/straat/gemeente wel wat afbreuk zou doen aan de fun en uitdaging van een dergelijke queeste.
Met vervangkaart in de hand, breng ik nog wat tijd door in Heverlee. Ik ken de opstaphalte van de bussen aan Kardinaal Mercier maar al te best, dankzij busreizen naar Londen allerlei. Mijn moeder biedt dan maar aan mij aan Leuven Station af te zetten. We besluiten het noodlot niet te tarten en vertrekken extra vroeg.
Gelukkig maar. Op de trein klinkt al snel de omroeptoon: "Beste reizigers, wij ondervinden momenteel een probleem met het opstarten van de locomotief. Enfin ja, we krijgen hem niet opgestart. Maar we blijven proberen!" Ik vond dat de conducteur gemotiveerd klonk, en ik had nog ruim de tijd om er op tijd te raken. Ik blijf dus zitten. Tien minuten later zeggen ze dat ze hem nu écht bijna opgestart hebben. Vijf minuten later kunnen we inderdaad vertrekken.
Ik ben nog ruim op tijd in Brussel Centraal. Ik lees een goed boek. Vijf minuten voor vertrek krijg ik een sms dat de bus anderhalf uur vertraging heeft. Maar of ik alsjeblief niet weg wil gaan, want het kan dat ze toch vroeger zijn, want ze gingen extra snel rijden. Bemoedigend. Ik lees verder in een goed boek. Het begint te regenen en er is geen onderdak. De situatie is intussen vooral komisch. Ik bel een goede vriend die ook een mindere dag heeft gehad en we voelen ons lotgenoten.
Wanneer de bus in plaats van 18h30 om 20h de parking komt opgereden, herstelt de chauffeur nog snel een deel van zijn voertuig met ducktape. Weerom bemoedigend. Ik stap de bus op en het verschil met de buitenkant is dag en nacht. Een luxueuze bus met een ruime keuze aan films met Tsjechische ondertitels en gratis warme dranken. Ik kijk naar Hairspray en dronk een warme choco. Eind goed al goed.
PS: Ik kwam om 7h aan in Tsjechië. Mijn vader, notoir niet-bezitter van een GSM of ander communicatiemiddel, zei mij te komen ophalen. Hij had evenmin een wekker. Hij heeft dat probleem opgelost door om 20h wat rum te drinken om vlot in te slapen en vervolgens met behulp van pure wilskracht om 5.30h op te staan. Is dat geen ouderliefde?
En de dieven zijn berucht, in Charleroi.
Ik merk vaag gefrunnik aan mijn rugzak. Wanneer ik een steelse blik naar achter werp, zie ik een man van vaag-Mediterraanse afkomst. Uit een misplaatst gevoel van racisme, bedwing ik de aandrang mijn rugzak bij mij te nemen. Wanneer ik opnieuw iets meen te voelen, besluit ik mijn rugzak toch te bekijken. Mijn achterste zak is open, mijn portefeuille is weg. Ik probeer kalm te blijven en vraag enkele mensen op de bus of ze iets gezien hebben. Iemand denkt iemand te hebben zien opstappen en onmiddellijk afstappen. Ik breng de chauffeur op de hoogte, die belooft de politie van Charleroi te contacteren.
Hij komt zijn belofte na. De halte voor de luchthaven worden we gestopt door niet één, maar acht (!) agenten. Mijn vader en ik stappen af om de rest van de passagiers geen nodeloze vertraging te bezorgen. Het is volstrekt onduidelijk waarom ze met z'n achten zijn, maar ze zijn in druk Frans gesprek met elkaar. Ze stellen me allerlei vragen, maar ik schijn geen Frans te spreken dat ze lijken te verstaan. Nu zal ik niet beweren dat ik vloeiend Frans spreek, maar het zal zelfs geëmotioneerd op zijn allerminst niveau A2 zijn, wat genoeg zou moeten zijn voor een "welwillende toehoorder". Nederlands is al helemaal niet aan de orde, maar één van hen spreekt Engels, dat hij met veel gestiek vertaalt voor de zeven anderen. Het lijkt voor hen een uitgemaakte zaak dat ik mijn vliegtuig naar Tsjechië nooit op tijd zal halen en ze stellen voor mij mee te nemen naar het politiekantoor van Charleroi. Wanneer ik daar minder positief op reageer dan door hen verhoopt, stellen ze voor mij een lift te geven naar de Airport Police van Charleroi.
Die Airport Police lijkt daar allerminst op te wachten: "C'est la énième fois cette semaine hein!". Iemand zou zich kunnen afvragen waarom ze die frustratie niet kanaliseren in camera's nabij het station of patrouilles of iets dergelijks. "Patrouilles?" hoor ik u vragen, "kost dat niet erg veel mankracht?' Als ze acht agenten kunnen detacheren van het hoofdkantoor van Charleroi om iemand een lift te geven naar de luchthaven, lijkt me dat mogelijk. If you can dream it, you can do it.
Enfin, bij de Airport Police aangekomen, blijkt al snel dat het verhoor een hele tijd zal duren en ik onmogelijk mijn vlucht kan halen. Ik overtuig mijn vader om zonder mij te vertrekken en beloof hem dat ik morgen zal proberen achterkomen. De agent in functie verstaat mijn Frans maar matig en spreekt geen enkele andere taal. Buiten het kantoor zingt iemand erg luid "Happy" van Pharell Williams. Ik voel me niet aangesproken. Hij sluit de deur.
Dertig extreem frustrerende minuten Lost in Translation later, drukt hij mij op het hart enkele gegevens die hij nog ontbreekt, door te faxen (!) wanneer ik weer thuis ben. Nu weet ik niet wie van jullie er thuis een fax heeft, maar die kan mij misschien ook een Tamagotchi uitlenen en de dichtstbijzijnde videotheek wijzen.
In een poging de bus terug te ontlopen, spreek ik enkele Nederlandstalige toegekomen passagiers aan, in de hoop dat ze dezelfde richting moeten als ik. Twee vriendelijke meisjes nemen mij mee tot in Dendermonde. Aha, een rechtstreekse lijn naar Leuven! zo dacht ik. Helaas waren er geplande werken tussen Dendermonde en Mechelen op 5 en 6 april. De volgende trein naar Brussel was 50 minuten later.
In Brussel-Noord dacht ik snel op een trein naar Leuven te springen en deze dag zo snel mogelijk te vergeten. Op die trein was het echter ook zo'n dertig minuten wachten. Ik ga ergens checken en wil mijn zus sms'en om te mokken over de oneerlijkheid van het leven. Opeens komt er iemand op mij aangelopen, die mijn rugzak en/of mijn GSM probeert af te nemen. In mijn eerste paniek denk ik dat hij een mes meeheeft en sta ik op het punt alles af te geven (er was ook niet zo veel meer om af te nemen). De security van de NMBS (die jongens met hun rode fleece'kes) hebben het gelukkig in de smiezen. De man probeert dit soort dingen blijkbaar wel meer en lijkt geen onbekende. Hij wordt weggejaagd door de NMBS. Ik stel op dat moment niet eens meer in vraag waarom er geen gevolg wordt gegeven aan zijn poging tot overval en wacht op de trein naar Leuven.
Saturday, 30 November 2013
Observaties uit de onderwijspraktijk #3
Gelukkig geef ik nu les aan een gerespecteerd college waar leerlingen vol afgrijzen vaststellen dat ze zelfs niet "een klein beetje" mogen plagiëren. Nu mag je mij harteloos vinden, maar de achtergrond van wikipedia laten staan, is waar ik de grens trek.
Andere leerlingen trachtten mij tijdens een presentatie te overhalen om in Londen zeker naar Pocahontas te gaan kijken, een aangrijpend verhaal over een meisje uit India.
Twee dagen na Thanksgiving wil ik nog eens uitdrukkelijk mijn dankbaarheid uitdrukken voor het feit dat ik geen geschiedenis meer geef.
Saturday, 22 June 2013
Observaties uit de onderwijspraktijk #2
Friday, 21 June 2013
Observaties uit de onderwijspraktijk #1
Tuesday, 5 February 2013
Kleine tantaliserende wafeltjes
![]() |
| (Hap) |
Sunday, 18 March 2012
Journalist: wat ik later niet (meer) worden wil
Ook te lezen bij Veto.
Als aspirant-journalist schrijf ik al vier jaar op regelmatige basis een artikel voor deze studentenkrant. Sommige artikels waren beter dan andere, een zeldzame keer maakte ik een deontologische fout. Die leerden mij wat voor verregaande impact verslaggeving kan hebben op de betrokkenen. Kennis die ik dacht mee te nemen om de echte journalistieke wereld in te stappen. Nergens voor nodig, zo bewijst het recente busongeluk in Zwitserland en vooral de manier waarop die in de media aan bod is gekomen.
Laat mij eerst verduidelijken wat dit opiniestuk niet is. Dit is geen klaagzang op hoe er elk weekend dodelijke slachtoffers vallen in het verkeer waaraan de media geen aandacht besteden. Ik woon zelf op een steenworp van de Sint-Lambertusschool in Heverlee en ben onder de indruk van de droeve gebeurtenissen. Dat er aandacht wordt besteed aan iets wat mensen raakt, is vanzelfsprekend. Waar dit opiniestuk wél over zal gaan, is de misselijkmakende sensatiezucht waarmee bepaalde media – noteer dat ik het niet nodig vind namen te noemen – met het drama omgaan.
Sta ik alleen, wanneer ik meen dat de foto’s die net voor het ongeluk getrokken werden, geen plaats hebben op de voorpagina van een krant, net zomin als pasfoto’s van de betrokken kinderen? Overdrijf ik, als ik razernij voel opwellen wanneer journalisten onder valse voorwendselen getuigenissen en bijkomende informatie proberen te ontlokken aan dorpsgenoten en medeleerlingen?
Zijn journalisten per definitie van dubieuze moraal? Ik zou aannemen van niet. Anderzijds stel ik mij serieuze vragen bij de ethiek van journalisten die bovengenoemde nieuwsgaringstechnieken aan zichzelf kunnen verantwoorden. Ik wil gerust erkennen dat er een markt is voor dergelijk nieuws. Allicht zal het de verkoopcijfers ten goede komen. Misschien komt de job van de desbetreffende journalist wel in het gedrang als die zich niet wenst te conformeren aan dergelijke praktijken?
Maar om het met de woorden van Cicero te zeggen: cui bono? Wie heeft er in hemelsnaam baat bij emotionele details als foto's en namen? Dichte familie en vrienden? Die schreeuwen vaak net om wat afzondering en sereniteit. De directe regio dan? Werd er daarom verleden woensdag een extra editie van een welbepaalde krant uitgedeeld in heel België? Nee, dit soort nieuws catert voor een - weliswaar aanzienlijke - groep buitenstaanders, ten koste van zij die echt lijden onder de gebeurtenissen. En misschien wordt het wel eens tijd daar vraagtekens bij te plaatsen.
Ik zou later graag in de media werken. Ik zoek graag naar nieuws. Verslaggeving fascineert mij. De kans dat ik alsnog in de media terechtkom, is bestaande. Maar dan wel op een manier waarbij ik recht in mijn schoenen kan staan en trots kan en mag zijn op wat ik doe.
