Thursday, 23 February 2012
Intimiteit intimidatie
De ervaring heeft mij geleerd dat praten niet aan ons besteed is. Gesteld dat je een revolver tegen mijn slaap plaatst, zal ik ietwat zenuwachtig tot smalltalk overgaan. Mijn smalltalk is terecht vermaard over de zes continenten, maar als je bereid bent je te verdiepen in wetenswaardigheden over Starcraft, koormuziek en Hongarije, zie ik een veelbelovende toekomst voor ons.
Die zenuwachtigheid zal zich echter enkel bij een wapen manifesteren. Gebruik je bruut geweld, dan zal het enkel in jouw traantjes eindigen.
Als je betwijfelt dat ik fysiek je meerdere ben, kan ik dat altijd staven met een partijtje armworstelen. Ik heb in mijn jeugd nog competitief aan kogelstoten gedaan en mijn oom brak het Brabants record speerwerpen op zijn eerste training aan het sportkot. Mijn dreigement is reëel. Het vuur van de gerechtigheid staat aan mijn kant.
Ik beken, mijn fysieke conditie kan beter. Momenteel is mijn aantal joggingsessies omgekeerd evenredig met de ochtenden waarop ik bij het ontwaken vaag de geur van verschraald bier waarneem. Maar techniek verleer je zo snel niet.
Wat er nu tussen ons bestaat zou ik als pathologisch omschrijven. Indien jij openstaat voor alternatieve geneeswijzes, wil ik een poging wagen mijn agressie passioneel te kanaliseren. Ik zal, minstens een avond, je hartelapje zijn en jij het mijne. Het zal pijn doen, maar tevens louteren. Eventuele tranen duiden op een doorbraak, littekens zijn de sieraden van de krijger.
Grazie, e tanti saluti,
Els
Wednesday, 18 January 2012
Vriendin
Je kijkt ietwat verdwaasd wanneer ik je verheugd gelukwens. Viel het wat tegen dat ik je niet huilend toeriep dat ik je nooit meer wilde zien? Had je geanticipeerd kalm doch gedecideerd te zeggen dat we goede vrienden konden blijven, maar dat ik me dan wel moest neerleggen bij het feit dat je nu een ander meisje onzedig ging betasten?
In bovenstaand geval kan ik me je beduusdheid inbeelden. Een randbemerking: hadden wij ooit iets? Want ik wil niet gemeen of ongevoelig zijn, maar bij mijn weten niet. Voor zover ik weet, gingen wij ooit eens samen naar een soort bal. Niet uit romantische overwegingen, maar onder sociale druk.
Toen je me kwam ophalen, heb je me galant een roos opgespeld. Sociale conventie, net zoals de lieve woorden die je zei. Ik voelde mij ongemakkelijk - toegegeven, daar is niet veel voor nodig - en er vielen talrijke ongemakkelijke stiltes. Later die avond ging ieder zijn eigen weg en kabbelden we beiden rustig verder op de kalme stroom des levens.
Waarom die status quo nu doorbreken?
Zoals we van Bismarck leerden, heeft zoiets een tijd en een plaats. Wou jij aan gebiedsuitbreiding doen? Wou jij Duitsland verenigen? Nee? Dan snap ik niet goed wat je nu net helemaal poogde te doen.
We hebben elkaar al enkele maanden niets meer gezegd. Ik stuurde onlangs een berichtje, waaruit je kon opmaken dat ik even nood had aan een praatje. Je reageerde niet. Teleurstellend. De ene ontgoocheling is de andere waard, vermoed ik?
Als ik zeg dat ik je mis, ga je dan weer op mijn berichten antwoorden?
Als ik een traantje laat, gaan het dan lieve antwoorden zijn?
Monday, 2 January 2012
Weg
Dat was niet meteen mijn opzet, ik was louter facebookberichten van weleer aan het herlezen. Ik wilde er eentje verwijderen en wiste per ongeluk de volledige conversatie. De berichten waren van juni, juli en augustus 2008. Begin 2009 verloor ik al je sms'en toen ik van gsm veranderde en de man in de winkel niet wist hoe hij ze moest overzetten. Ik zei hem dat het ook weer niet zo belangrijk was. Maar ik had tot voor kort al je facebookberichten nog.
Buiten die facebookberichten heb ik weinig goede herinneringen aan je. Behalve deze. Ik herinner me hoe ik in mijn kamer op mijn bed lag nadat we de eerste keer gekust hadden. Ik luisterde naar een liedje van Eva De Roovere en voelde me volmaakt gelukkig. De gevoelens had ik mezelf hoogstwaarschijnlijk aangepraat, maar wel op hoogst overtuigende wijze. Tot op vandaag voel ik het nog een beetje, als ik het liedje luid genoeg zet.
Een maand later voelde ik mij volstrekt afgrijselijk. Dat mijn meest positieve én mijn meest negatieve herinnering aan één en dezelfde persoon verbonden zijn, is mooi. Dat jij die persoon bent, is een beetje sneu.
Wat mij betreft hadden we drie maanden op de vlakte kunnen blijven. Een weinig betekenende aanraking hier, een degelijk gesprek daar. We zouden het ok hebben samen, maar niets meer dan dat. Daarna zouden we elk onze eigen weg zijn gegaan. Af en toe zou ik nog eens terugdenken aan toen en me afvragen hoe het met je zou gaan. Misschien zou ik zelfs spijt hebben. Spijt dat het nooit wat was geworden.
De laatste keer dat ik je zag, zei je dat je van me hield.
Ik antwoordde dat ik de politie zou bellen.
Tot ziens, Philip.
Wednesday, 21 December 2011
Willekeurige observatie #1
Vastbesloten alvast die valkuil te ontlopen, deed ik net alsof ik het niet zag. We waren beiden empathisch voldoende ontwikkeld om door die leugen heen te kijken, maar ik wist dat ze te beleefd (of timide) zou zijn om de aandacht schaamteloos op zichzelf te vestigen. In het geval ze toch boos voor zich uit zou blijven staren, zou ik het een poosje negeren, tot het weer beter ging.
Er zou intussen vanalles door haar hoofd malen. Ze zou niet kunnen slapen, zou misschien zelfs huilen. Wanneer ik de confrontatie niet langer zou kunnen ontwijken, zou ik enkele algemeenheden stamelen, die hopelijk afdoende weergaven hoe ongemakkelijk ik me voelde. Maar wat ik vooral niet zou doen, is een troostende schouder bieden. Dat in geen geval.
Tuesday, 11 October 2011
Dice Woman
Ook te lezen op ieders favoriete weekblad Veto!
Alweer een dag voorbij, een maand, een jaar. Dezelfde wegen, dezelfde mensen, dezelfde gesprekken, hetzelfde eten. Herhaling en voorspelbare patronen, ik steun ze. Ik dobber tevreden op de stroom van het leven. Plotse gebeurtenissen brengen mij van mijn stuk. Improvisatie heeft naar mijn mening geen waarde, tenzij illustreren hoe belangrijk repetitie is. Ja, Preparee, ik heb het tegen jullie.
In Dice Man, de cultroman van Luke Rhinehart, tracht de protagonist de sleur van alledag te doorbreken door zijn levenslot te verbinden met een dobbelsteen. Er is slechts één regel: gehoorzaam altijd aan de dobbelsteen. De willekeurigheid die zulke beslissingen onvermijdelijk tot gevolg hebben, doen mij inwendig huiveren. Maar tegelijk ben ik geïntrigeerd. Ik pak een dobbelsteen. Gooi ik een even aantal ogen, dan ga ik verder met mijn leven en schrijf ik deze Carte Blanche over iets totaal anders. Is het getal oneven, dan laat ook ik mijn leven een week bepalen door de grillen van de dobbelsteen. Ik gooi een 3.
Ik begin mijn dobbelweek aarzelend. Stoppen we langs de weg om aardbeien te halen? Ja, maar echt spectaculair is dat niet. Mijn compagnon stelt voor enkel bij 1 tot 5 de aardbeien op te eten, en ze bij 6 uit het raam te gooien. De gedachte alleen al gaat in tegen alles waar ik in geloof. Ik gooi een 5, maar de mogelijkheid was er. Bevreemdend.
Boswandeling
Druk, druk, druk. Al die telefoontjes en mails die binnenlopen terwijl de dobbelsteen mij gebiedt het redactielokaal enkel buiten de werkuren te betreden. Een nachtelijke boswandeling verstoort mijn bioritme. Ik beken: het leven met de dobbelsteen, bijwijlen een wispelturig trutje, valt me soms zwaar. Vind ik het leuk om 24 uur te vasten? Neen. Schep ik er plezier in een volledige dag mails in rijm te beantwoorden? Niet heus, maar ik heb geen keus.
20 euro
Het wordt stilaan tijd mij enigszins buiten mijn comfort zone te begeven. Ik zie mijzelf als het spaarzame type. Bijgevolg kan ik niet anders dan mezelf dwingen een spilzuchtige beslissing te nemen. Ik neem twintig euro uit mijn portefeuille en geef mijzelf volgende opties: ik besteed alles aan Win For Life-biljetten (1 tot 3), ik rijd naar het casino en zet alles op rood (4 tot 5) of - de gedachte doet mij fysiek pijn - ik verbrand het biljet (6). Ik gooi een 1. Ik win de helft van mijn inzet terug. Een winst die ik in mijn memoires stevig zal overdrijven, want tien euro is bezwaarlijk sensationeel te noemen.
Conclusie: het boek was beter dan de re-enactment. Ik heb deze week geen onnoemelijke schanddaden begaan en ik ben niet opgenomen in een psychiatrische instelling. Ik bevind mij nog steeds in de warme behaaglijke cocon die mijn comfort zone is.
Friday, 29 July 2011
Nota's 29/07
Zullen we dan maar van start gaan?
Het motief van de treinreis is kenmerkend voor het vroege oeuvre van Dehaen. Wanneer u doorbladert naar pagina drieëntwintig in de groene pagina's van uw cursustekst, vindt u daar de tekst "Keleti Pályaudvar". Wat meteen in het oog springt, is de Hongaarse titel. In het glossarium ziet u dat Keleti Pályaudvar zich laat vertalen als Ooststation. Het gaat hier natuurlijk over het Ooststation in Boedapest. U weet intussen uit het artikel van Wisniewski & Nagy dat Dehaen gedurende enkele maanden nabij Keleti verbleef. Dit verblijf zou haar vroeg werk blijvend tekenen, en verklaart de naam "Hongaarse periode" die we vaak in de literatuur aantreffen.
Over het verhaal achter deze tekst zijn de bronnen het oneens. Volgens sommigen bezocht Dehaen haar familie in Győr. Anderen beweren dat zij kampte met recent liefdesverdriet. Nog anderen wijten het aan een buitengewoon grauwe, kille dag. Sceptici stellen zelfs dat zij nooit een trein genomen heeft vanuit dat station. Het staat u vrij daarin uw eigen aanvoelen te volgen, want we weten het niet zeker.
Zouden de mensen achteraan willen stoppen met schaken of hun partij buiten verder kunnen zetten alstublieft?
Goed. De tekst zelf dan. Op het eerste zicht een droog, haast sec relaas van een treinreis. Past u echter de close reading techniek toe, dan merkt u onmiddellijk dat de ik-protagonist niet Dehaen zelf is, maar dat u het gebeuren als het ware door de ogen van een trein bekijkt. Deze personificatie was waarschijnlijk een knipoog naar het 'levende' schilderdoek in "Specht en Zoon" van Willem Jan Otten, een tijdgenoot van Dehaen waar zij sterk naar opkeek.
Let u ook op de parallellie tussen het eerste en het tweede deel, die haast ad absurdum is doorgetrokken. Het gebruik van tijd en ruimte is bewust vaag gehouden, zodat het zwaartepunt op de uitdieping van het personage - de trein - komt te liggen, maar ik wil u toch even op de krachtige dichotomie wijzen die deze tekst oproept.
Licht wordt donker, vertrek wordt aankomst, begin wordt einde en vice versa. Dehaen volgt daarin niet de westerse, lineaire tijdsbeleving, maar schept een circulaire orde die ons desalniettemin vertrouwd aanvoelt.
Hierbij houd ik het voor vandaag, aangezien sommigen onder u een aansluitend college volgen. We zetten de bespreking verder op het inhaalcollege nu donderdag van 14 tot 16h.
Zijn er nog vragen?
Sunday, 24 July 2011
Hortobágy
Daarom stond ik bij voorbaat reeds sceptisch tegenover de excursie naar Hortobágy. Hortobágy is het grootste nationale park van Hongarije en wordt ook wel eens "het grote Niets" genoemd omdat het in Alföld ligt, de grootste vlakte van Europa. Lege vlakte zo ver als het oog kan zien. Als dat hun slogan was geweest, behoorde ik vast niet tot de doelgroep.
Toch was het niet geheel onaangenaam, de korte safari doorheen Hortobágy. Ik hou niet van dieren en ik hou niet van stilte en verder was er eigenlijk niets, maar om de één of andere reden werkte het toch.
Op een korte wandeling beklommen een Italiaanse klasgenoot en ik een zeldzame uitkijktoren. Zelf van zo hoog was er zoals beloofd enkel vlakte in het verschiet. De Italiaanse klasgenoot zet een volksliedje in dat we daags tevoren in de klas hadden geleerd. Ik staar gedachteloos in de verte. Best wel vredig, die innerlijke rust.